maandag 10 mei 2010

Wolkjes


Ik blaas wolkjes. Stille, grijze wolkjes. Heel veel wolkjes. Rook & adem. Kleine druppeltjes & verdriet. Zout en zoet. Zout en zuur. Maar bovenal zout. (Tranen.)

De wolkjes omhullen jou nu langzaam. Waaien in je richting, kleven in je haar, plakken aan je handen en schouders. Dansen, zweven. O god, ik wilde dat ik dat kon - als een vervluchtigde adem, dan had ik je ten dans gevraagd. Maar ik laat het achterwege (ben geen wolk) en probeer ze slechts te tellen. (Une, deux, trois, quatre.) Mijn adem stokt

staakt

verstild.

Je neemt mijn adem weg, je slaat de wolkjes van je schouders. Je lacht. Waarom.


.


Weg, weg, ga weg.

Hoesten. Schreeuwen. Huilen.

“Heb jij ook zo’n persoontje in jezelf?”

Leugens! Leugens! Het meisje in mij huilde en schreeuwde. Leugens!

Is dit dan een identificatie crisis?

.


Je schudt nee. Steeds dezelfde nee. Nee, nee, nee. Links en rechts. Mijn wolkjes zijn verdwenen en je hoofd schudt steeds maar heen en weer.

Geen identificatiecrisis.

“Verslaving”

O god! Nieuwe woorden. Ver-slaving. Verslaaf-ing. Ing-slaaf-ver. Ik wilde dat ik wolkjes had, dan had ik je verstopt. Wolkjes. Wolkjes. Ik denk dat ik verslaafd aan jou ben.

(Ik probeerde je te proeven. Dat mocht niet. Zei je.)

Toen ik thuis was huilde ik met wolkjes.

.

Je wilt me helpen. Zei je. Ik stink. Zei je.

Nu huil ik weer.

Is dat wat jij helpen noemt?

.

Een lange brief vol letters. Ik houd niet van letters. Toch schrijf ik ze. Een voor een. Zwart op wit (maakt samen grijs). Ik probeer geen wolkjes te blazen maar doe het toch. Je ziet het niet maar zegt dat je het ruiken zult.
Ik weet dat het geen leugens zijn, maar toch gil ik opnieuw. Leugens! Naar de wind. Leugens! Naar het open raam. Leugens! Naar de letters die niet drogen willen zodat mijn papier steeds meer vegen krijgt. Vegen. Grijze vegen. O god, wolkjes, wolkjes, ik teken wolkjes. Ik wilde letters, nu staan er wolkjes.

Zucht.

Ik denk dat je het wel begrijpen zult.

Traan.

Ik vrees van niet. Verslaving, verslaving, ik ben verslaafd aan jou.

“Mag niet”. Zei je.

.

Ik tril. Herfstbladeren. Vermoeide spieren. Angstige kindertjes. Wolkjes in de wind. Grassprieten in de wind. Meisjes in de wind. Tril, bibber, bever, zucht. Wie trilt & beeft er mee?

Nu zijn er geen wolkjes & dat is beter ook want het is een heldere dag. Jij wijst omhoog en dan is de lucht blauw. Ik zoen je.

Mag niet, prevel je. Maar ik versta je niet, ik zoen je. Met mijn wolkjes lippen zonder wolkjes. Leugens leugen, ik stink niet!

Het meisje in mijn zingt nieuwe liedjes. (Ze is blij, denk ik.)

.

Jij bent niet blij. Jij huilt. Zout, zout, zout. Je maakt me verdrietig & het meisje zingt geen liedjes meer.

Waarom huil je? Maar ik weet het antwoord en blaas verwoed wolkjes.

.

Je bent weggegaan en de wolken zijn meegegaan. Geen grijs en wit meer, maar ik tel mijn houterige passen op de stoffige vloer. Ik dans zonder jou en zonder wolken terwijl ik mijn enkels verzwik en mijn armen verzwaar

.

Jij bent weggegaan en de wolken zijn meegegaan.

Geen wit en grijs meer. Geen ik en jij meer. Sierlijk als de laatste wervelwind ben ik nooit geworden, maar ik dans langs verlaten kades en in bedompte steegjes.

Ik houd van je.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen