donderdag 13 mei 2010

Strand


waar de wind het
zand verstuift

met geometrische vormen van
ongelijkheid en dromen van een
kundig meisje

tikken de golven mijn
tenen aan de vloedlijn voor ze
terugtrekken
met achterlating van
herinneringen:

1. schelpen van kralenkettingen
die ik verloor toen jij
de draad stuktrok

2. de rimpels in het zand de
golven die zich weerspiegelden
met een zachte gloed

(ik herinner me je slanke vingers
die hartjes trokken
je beloften van smerige leugens die
de zee nog sneller wiste
dan jij spreken kon)

maar nu heerst stilte terwijl in
schelpen enkel de namen ruizen van
oude zeelieden met bakkebaarden
(niet mijn zangerige leugenaar)

en aan de vloedlijn kust en
streelt het water omzwenkt en
zegent en kilt de stille wonden aan
mijn gestremde voeten

golven, zilveren twinkelingen, strengen
van zeewier, terwijl de klanken
holler en verder
klinken

ik adem

en zwijg

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen