zondag 9 mei 2010

Mannen huilen niet

Het was de verzengende hitte die de dag had getekend.

Hij had eenzaam in een hoekje gezeten. Zijn wazige blik was blijven haken in de uitgebloeide perenboom. Een straaltje glinsterend zweet kroop tergend langzaam uit de rafelen van zijn spijkerbroek. God wat was het warm.

Hij mompelde, de woorden schenen met moeite over zijn bevende jongenslippen te glijden. Zoals hij daar zat als een uit de kluiten gewassen kind leek hij meer dan ooit een moeder nodig te hebben.

‘Je bent nu groot genoeg.’

En zijn handen trilden toen hij sprak. Met moeite herkende ik een zweetdruppel over de wang van zijn gezicht. Het had een traan kunnen zijn, maar verbeten als hij was wilde hij niet huilen. Mannen huilen niet.

Toch zou ik hem geen man genoemd hebben. Ik herinner mij hem zoals hij daar gezeten heeft. Een jongen op de grens met volwassenheid, blijven steken in zijn dromen van vroeger. Nimmer zou hij volwassen worden. Ik heb zijn leven gebroken bij het ontstaan van ‘t mijne, maar niemand heeft de lijm.

- In mijn herinnering is hij eeuwig blijven zitten. -

Dag pappa.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen