zondag 9 mei 2010

De zomer was nog pril

Ik vroeg je of je mij zou willen laten gaan. De zomer was nog pril, het water stond kniehoog in het meertje en

ik hoopte dat mijn stem ver genoeg zou dragen om
jou te kunnen bereiken.

Maar je weigerde mij te horen, met je prachtige ogen, en ik
wist dat je er was, omdat je er altijd was. Ik telde de rimpelingen in het water en
voelde
hoe de wind wegging en terugkwam.

En hoewel ik wist dat jij het was die ritselde tussen
de pluimen van het riet, zweeg ik. Het maakte
toch niet zoveel uit, en al met al was het misschien te realistisch om naar gedachten te luisteren,
hardop
uitgesproken zou het zo definitief zijn.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen