vrijdag 22 juli 2011

De eerste

Mijn herfst duurde langer dan verwacht,
de trekvogels zijn tot drie keer teruggekomen
om weer weg te gaan. En elke nacht
bleek te koud en te diep om weg te dromen:

ik sliep al maanden bij ’t krieken van de dag,
wist niet meer van de dauwparels noch goud
was vergeten wat men elke ochtend zag,
van hoe het zonlicht glanst - de nacht ophoudt.

Maar de wegen weer gekort zoals ’t ‘s ochtend was,
de dag aangebroken met sneeuw zo wit
als wedergeboren, tevens breekbaar als glas,

en al wat ooit was, vergaan tot dit:
het soepel uittrekken van de regenjas,
nu er weer vergeten, niet regen, in de lucht zit.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen