zondag 9 mei 2010

Seizoenen

Het waren de laatste dagen van de lente. De warme schittering boven de daken kondigde het begin van een nieuw seizoen aan. Jij rilde en trok mij dichter naar je toe. Hij kan het niet koud hebben.

Nu ben jij weg en de dagen worden langzaam warmer. De sombere trek rond jouw ogen achtervolgt mij niet langer. Ik ben de kunst verloren ze te zien in het grauwe groen van het onkruid. Ik zie je ogen niet langer.

Het weer is zomers als ik me je opnieuw herinner. De zoete geur van de bloesem prikkelt mijn neusgaten en vermengt zich met het zout van mijn zweet. Ze doet me aan je denken met haar oogstrelende schoonheid. Ze doet mij aan je denken zoals ze plotseling verscheen. Ook deze bloesem zal afsterven.

Langzaam werd het winter en de pracht van het seizoen verdween. Ik begon je te missen. Met vlugge voeten trad de kou in en dwarrelde de romantische sneeuw omlaag. Maar hoe geliefd zij ook was, het kon de kou van mijn hart niet verlichten. Ik mis je.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen