Labels

zondag 16 mei 2010

Onwerkelijkheid


Ik zoek je, zachtjes, verwilderd.

Tussen de lange verwikkelde draden van de werkelijkheid, aaneengesponnen van duizenden leugens en stil bedrog. Ik tel ze af glijd ze langs vind ze ontbind en ontwar ze, zachte lange zwarte draden die een voor een langs mijn slanke vingers glijden. Drieëntwintig, vierentwintig, en mijn ademt blaast kringetjes in de onwerkelijkheid erachter

leugens, bedrog.

Zoete dromen fluisteren langs mijn oorschelpen, scheuren door de dunne mantel heen. Steeds weer en weer keert de aarde om haar as, wentelt zicht, draait en tolt onder mijn voeten. Ze gilt en smeekt en krijst terwijl ik haar draad voor draad omwikkel en omspin.
De hemel zwijgt.

Draad voor de draad, langzaam komt de onwerkelijkheid lost en danst voor mijn voeten. Draad voor draad die ik om de tol van de aarde windt, om de evenaar, om de kreeftskering, om alle verborgen lijnen, ik verberg haar zoals ze de onwerkelijkheid verborgen hield en creëer ruimte en lucht waar gras en stenen waren. Ik zucht opnieuw naar ruimte en lucht om het zicht te laten vullen met nog meer lucht en

adem, adem.

Je longen blazen in en uit terwijl ik je voeten geef en handen die de hemel vasthouden. Je bent mooier en onwerkelijk prachtig terwijl je borstkast opzwelt met ruimte en lucht. Ik tel je ribben terwijl ik je ontwar van de laatste draden. Onwerkelijkheid. Je rolt steeds verder af en vult de ruimte, de hemel, de sterren en bovenal alle lucht die was en je nu vult, ophemelt, omringt. Je zwelt steeds verder, groeit, terwijl ik het ritmisch bonken van je borstkas hoor en elke dreun begeleid met een nieuwe wenteling van de aardas.

Groter, mooier, prachtiger, ik dans met je mee in de onwerkelijkheid, onhandige pirouettes, terwijl alles verstikt raakt in de lange zwarte draden die ik nog steeds vasthoud. Mijn armen worden bijeengeknepen in draden werkelijkheid, als lange zwarte verlamde spinnenpoten.

Ik zwijg, gil, stamp

verstik in je armen en draden. Overal ben jij en je bedwelmd me, ik tol en tol en tol, gevangen door de wenteling van de aarde, ik gil, maar er is geen lucht en mijn voeten bloeden terwijl ze dansen en springen en draaien, niet meer willen stoppen met hun bloedende pirouettes alhoewel mijn enkels kraken en mijn gewrichten om genade smeken. Ik gil zwijg val, klamp mij vast aan alles, maar ik glijd weg nu de werkelijkheid geraffeld en verminkt is,

en er slechts diepzwarte draden zijn van een verslagen realiteit.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen